Verhalen uit de kliniek ~ 10: Absoluut glaucoom

Door Emily C. Lierman

Bij absoluut glaucoom is er geen enkele lichtperceptie meer, en deze aandoening wordt als ongeneeslijk beschouwd. Het kan wel of niet gepaard gaan met pijn, en in het laatste geval gelooft men dat de enige remedie enucleatie is, oftewel de verwijdering van het oog. Voor zover de redacteur weet, is er geen enkel geval van absoluut glaucoom bekend waarin de pijn werd verlicht, of waarin ook maar enige mate van gezichtsvermogen werd hersteld, door een andere methode dan de hieronder beschreven methode.

Een paar maanden geleden kwam er een vrouw van negenenzeventig naar de kliniek. Op het eerste gezicht kon je zien dat ze een dame was, en ik vermoedde dat ze ooit zeer welgesteld was geweest. Terwijl ze apart stond van de rest van de patiënten die wachtten om geholpen te worden, schonk ze niet de minste aandacht aan wat er om haar heen gebeurde, en af en toe hoorde ik haar kreunen van de pijn.

Toen Dr. Bates haar eindelijk kon onderzoeken, ontdekte hij dat ze glaucoom had in beide ogen, en dat het rechteroog volkomen blind was; het had zelfs geen lichtperceptie meer. Hij droeg haar aan mij over met de vraag of ik wilde doen wat ik kon om haar te helpen en haar pijn te stoppen. Gelukkig lukte het me om een krukje voor haar te vinden – een zeldzaamheid in de kliniek – en ik plaatste dit voor een tafel waar ze haar ellebogen op kon laten rusten. Ik liet haar zien hoe ze moest palmen, wat ze heel vlot deed. Na een paar minuten hield de pijn op en werden de oogbollen zacht.

Ik zei haar nu dat ze haar handen mocht weghalen, maar ze hield haar ogen nog steeds gesloten. Ik dacht dat dit kwam omdat ik haar niet had gezegd ze te openen, maar toen ik haar vertelde dat ze dat mocht doen, vroeg ze:
“Weet u zeker dat de pijn niet terugkomt als ik ze open? Dagenlang heb ik zo’n constante pijn gehad dat ik ‘s nachts niet kan slapen, en nu voel ik zo’n opluchting dat ik mijn ogen echt liever dicht zou houden.”
“Ik denk niet dat de pijn terugkomt,” zei ik, “en als dat wel zo is, kun je herhalen.”

De eerste bemoedigende resultaten

Ik hield nu een testkaart (Snellenkaart) op ongeveer twee voet (ruim zestig centimeter) afstand van haar ogen, en vertelde haar dat ze haar betere oog moest afdekken en met het blinde oog naar de kaart moest kijken. We hadden die dag verschillende bezoekende artsen in de kliniek, en Dr. Bates had hen verteld over dit geval van absoluut glaucoom. Ze stonden er allemaal bij, samen met Dr. Bates zelf, toen ik de patiënte vroeg om naar de kaart te kijken. De spanning was om te snijden toen ze zei dat ze de grote letter aan de top zag.

“Oh, dokter,” zei ik, “ze ziet hem!”
“Ja, ik zie hem, ik zie hem echt,” voegde de patiënte eraan toe, terwijl ze haar eigen zintuigen nauwelijks kon geloven.

Na nog wat meer behandeling vertelde ik haar dat ze haar ogen thuis zoveel mogelijk gesloten moest houden, en elke minuut die ze kon missen moest palmen. Ook vertelde ik haar om nooit langer dan een seconde naar één punt te kijken, maar de blik voortdurend te verplaatsen (shiften). Ze ging heel gelukkig en dankbaar weg, want de pijn was niet teruggekomen.

De volgende keer dat ze kwam, behandelde Dr. Bates haar. Het lukte hem om het zicht van het rechteroog te verbeteren tot 9/200, terwijl dat van het linkeroog verbeterde tot 9/40. Daarna droeg hij haar weer aan mij over. Ze was heel gelukkig en wilde graag praten, wat ik haar liet doen. Ze vertelde dat ze in een gemeubileerde kamer woonde en dat ik er geen idee van had hoe bezorgd ze was geweest om blind te worden, omdat ze niemand had om voor haar te zorgen.

“Maar nu,” voegde ze eraan toe, “heb ik weer allerlei hoop op verlichting van mijn kwaal, omdat u en Dr. Bates zo veel voor mij hebben gedaan. Het palmen helpt me zo enorm dat ik nu ‘s nachts kan slapen. Ik doe het graag uren achter elkaar, omdat het de vreselijke pijn wegneemt.”

De kracht van verbeelding

Ik vertelde haar nu dat ze haar verbeelding (imagination) moest gebruiken om haar zicht te verbeteren en de pijn te verlichten. De meeste kliniekpatiënten raken in de war als ik hen vraag dit te doen, maar deze lieve oude dame vond het totaal niet moeilijk. Ik droeg haar op te palmen en zich vervolgens de etalage van een bloemist voor te stellen, vol met bloemen. Daarna vroeg ik haar zich voor te stellen dat ze de winkel binnenging en de bloemen bekeek, en ik bracht de rode roos en de witte roos, de anjer, het viooltje en andere bloesems in haar gedachten. Toen vroeg ik haar of ze zich de groene velden op het platteland kon voorstellen waar de madeliefjes groeien, en ze zei:

“Ja, en ik kan me ook voorstellen dat ik de madeliefjes aan het plukken ben.”

Ik zei haar nu dat ze haar handen van haar ogen moest halen, en Dr. Bates was diep onder de indruk toen ze op een afstand van tien voet de letter T op de dertig-voetlijn zag. De patiënte zelf lachte hardop en zei: “Ik kan het niet geloven.”

Ze kwam een hele tijd regelmatig naar de kliniek, drie dagen per week, en ze was altijd gelukkig omdat ze gestaag vooruitging. Ik was er daarom niet op voorbereid om haar op een dag heel erg neerslachtig aan te treffen. Het probleem was dat ze bezoek had gehad van iemand die twee lange uren tegen haar had aan gepraat – of liever gezegd: tegen haar had staan preken. Dit had haar zenuwen zo overstuur gemaakt dat de pijn was teruggekeerd en haar zicht achteruit was gegaan. Ik stelde me voor wat het moest betekenen om twee uur lang naar een onophoudelijke stroom van geroddel te moeten luisteren, en mijn eigen zicht werd prompt wazig.

Ik vertelde haar hoe gevaarlijk het voor haar was om zich op deze manier te laten martelen, en zei dat als haar vrienden er zo nodig op stonden om zo lang tegen haar te praten, ze haar ogen zoveel mogelijk gesloten moest houden. Anders zou de spanning (strain) er de oorzaak van zijn dat ze blind werd.

Een terugval en herstel

Een tijdlang ging het prima. Daarna verliet ik de stad voor een broodnodige vakantie, en terwijl ik weg was, kreeg ik bericht dat het slechter met haar ging. Ik keerde terug naar de stad en aangezien ze niet naar de kliniek kon komen, zocht ik haar thuis op.

“Oh, zuster,” zei ze zodra ze me zag, “mijn rechteroog doet zo’n pijn dat ik aan niets anders denk dan aan de dood.”

Haar magere gezicht stond strak van de pijn en ik kon zien dat ze leed. Ik begon met haar te praten over de dagen dat ze geen pijn had, en hoe ze de pijn had gestopt door aan de madeliefjes te denken. Ze begon uit zichzelf te palmen, zonder dat ik het haar vroeg, en slaagde erin zich het madeliefje voor te stellen dat wiegde in de bries. Ik vroeg haar om zich voor te stellen dat haar eigen lichaam meewiegde met de bloem. Ze deed dit, en binnen een paar minuten verliet de pijn haar en glimlachte ze.

“Nou, is dat niet vreemd,” merkte ze op, “ik was helemaal vergeten mijn verbeelding te gebruiken.”

Ze zei dat ik een wonder had verricht; maar ik legde haar uit dat wanneer ze haar verbeelding gebruikte, ze zich voldoende moest ontspannen (relax) om de spanning in haar ogen op te heffen, en dat dát de pijn had gestopt.

De invloed van de omgeving

We horen vaak de opmerking: “Die persoon maakt me doodziek,” of “Die persoon maakt me nerveus,” maar deze glaucoompatiënte deed mij beseffen dat dit letterlijke feiten zijn. Overal aan de muren van haar kamertje, dat heel schoon en zonnig was, hingen foto’s van haar kinderen en hun gezinnen. Met grote trots noemde ze de namen van iedereen, opeenvolgend, maar toen ze bij de foto van een man en een vrouw kwam die iets apart van de rest hing, veranderde haar toon.

“Dit is mijn dochter,” zei ze over de vrouw, en ik kon zien dat ze dol op haar was, maar toen ze naar de man wees, zei ze:
“Ik kan hem niet uitstaan. Hij maakt me nerveus en ziek, omdat hij geen goede man is.”

Ze begon direct weer te spannen (strainen), en moest eerst weer palmen voordat ik wegging om haar pijn te verlichten. Het is blijkbaar erg belangrijk dat we, als we oogspanning willen vermijden, uit de buurt blijven van mensen aan wie we een hekel hebben, en zo min mogelijk aan hen denken.

Ik zocht haar nog een paar keer op, en door haar ogen tussen elke regel letters rust te gunnen, werd ze in staat om 10/20 te lezen met het voorheen blinde oog, en 10/10 met het andere oog. De laatste keer dat ik haar zag, was ze gelukkig en pijnvrij.