Voorwoord – J. J. Kennebeck

Ik oefen de optometrische oogzorg al meer dan vijftig jaar uit. Tijdens de eerste tien jaar van mijn praktijk deed ik wat mij geleerd was: ik schreef brillen voor aan alle kinderen en jonge mensen die bij mij kwamen.

Ongeveer veertig jaar geleden ontdekte ik de sleutel, of de aanwijzing, tot wat ik mijn eigen theorie en methode noem om ogen te helpen. Dit hadden we honderd jaar geleden al moeten hebben, in plaats van wat we hebben gekregen. Ik heb het meer dan een jaar bestudeerd en het alleen op mijn eigen ogen toegepast totdat ik er zeker van was dat het juist was, and dat de oude theorie van het dragen van een bril onjuist was. Ik moest veranderen van een vooroordeel vóór brillen naar een vooroordeel tégen brillen. Ik werd bitter tegenover datgene wat mij geleerd was, en treurde om de tien jaar die ik verloren had met het voorschrijven van onwetenschappelijke brillen aan onschuldige en nietsvermoedende kinderen en jonge mensen. Als ik mijn verstand maar had gebruikt, dan had ik de oorzaak van hun refractieve oogproblemen eerder ontdekt, en hoe deze te voorkomen, te verbeteren of te genezen zonder bril. Maar ik was zo gehersenspoeld door de oude traditie van het brillendragen dat ik er veel moeite mee had om mezelf ervan te overtuigen mij tegen die oude traditie te keren. Nu merk ik dat het nog moeilijker is om de massa te overtuigen tegen de bril.

Hoewel ik de afgelopen veertig jaar duizenden gevallen met succes heb behandeld, met verbetering of genezing tot gevolg, is dit slechts een handvol vergeleken met de massa die een bril draagt. De resultaten in de duizenden gevallen die ik heb behandeld, hebben mij bewezen dat mijn theorie en methode juist zijn, en dat de oude traditie van het dragen van een bril onjuist is. Het bewijzen aan mezelf is echter één ding, het bewijzen aan de wereld is iets anders. Ik heb gemerkt dat de wereld wil geloven in brillen, als een verondersteld wondermiddel voor de refractieve oogproblemen van kinderen en jonge mensen, net zoals ze in God geloven. Iemand die zijn stem verheft tegen brillen wordt met argwaan, twijfel, onverschilligheid en minachting bekeken. Het was alsof sommige brildragers meer van ogen en brillen wisten dan ik. In hun loyaliteit aan de oude traditie van brillen vochten ze tot het bittere eind om hun gezicht te redden en niet ongelijk te krijgen.

Ondanks de grote weerstand heb ik alleen volgehard in mijn privépraktijk, met succes. Hoewel er nergens een plek was om de wereld te overtuigen tegen brillen voor kinderen en jonge mensen, was ik in staat om vrijwel elk individueel geval dat bij mij kwam te overtuigen. Ik zal echter nooit tevreden zijn totdat ik een manier heb gevonden om de wereld te overtuigen.

Dit boek is vooral bedoeld in het belang van jonge kinderen, die het slachtoffer zijn van brillen. Het is geschreven voor hun ouderen—jongeren, ouders, leraren, verpleegkundigen, schoolverpleegkundigen, oogspecialisten, opleidingen in de oogzorg, en alle betrokkenen die de voogden van deze kinderen zijn. Zij zijn degenen die het moeten lezen, moeten begrijpen wat ik te zeggen heb, en er iets aan moeten doen. Totdat dit gebeurt, is er geen hoop voor het toekomstige welzijn van de ogen van de huidige en toekomstige generaties kinderen en jonge mensen, die gedwongen zullen worden hun toevlucht te nemen tot brillen.

Mijn geschriften zijn gebaseerd op mijn eigen studies en ervaringen van vijftig jaar, verspreid over duizenden gevallen, zonder verwijzingen, bibliografieën of de documentatie van anderen. Tenzij men, zoals ik, gevallen gedurende een lange periode heeft geobserveerd, kan men niet weten wat de ogen kunnen doen zonder bril, en wat er op een andere manier bereikt kan worden. Ik ben nooit geïnteresseerd of onder de indruk geweest van artikelen die geschriften van anderen citeren, met vele verwijzingen, bibliografieën of documentaties. Ik heb de meeste daarvan al gelezen en ik zie geen reden om ze keer op keer te herlezen in artikelen geschreven door anderen die zelf weinig of niets nieuws te melden hadden. Laten we die overlaten aan studenten om een scriptie te schrijven. Ik ben nu alleen nog geïnteresseerd in het helpen van ogen, op een manier die we jaren geleden al hadden moeten volgen.

Het zij bekend dat ik geen volgeling ben van welke andere methode dan ook. Mijn theorie en methode zijn van mijzelf en mogen niet worden verward met enige andere methode. Wel geef ik erkenning aan een andere methode die, vóór de mijne, verklaarde dat brillen de ogen van de dragers ervan ruïneren. Hoewel ik het er nu mee eens ben dat dit waar is, houd ik mij vooral bezig met de ogen van kinderen en jonge mensen onder de vijfendertig jaar. Oudere mensen zullen hun toevlucht moeten nemen tot brillen; het is voor hen te laat om op corrigerende maatregelen te reageren. Maar onder mijn theorie en methode is het nooit te laat om iets te doen voor de ogen van kinderen en jonge mensen.

J. J. Kennebeck, O.D.