Door F. C. Stewart
Inleiding door de redactie/arts:
Toen deze patiënt voor het eerst werd onderzocht, kon hij met elk oog 20/50 lezen, maar het rechteroog was aan de neuszijde (de binnenkant van het gezichtsveld) absoluut blind; een verticale lijn scheidde het ziende deel van het blinde deel. De oogdruk van het rechteroog was meestal hoger dan die van het linkeroog, maar soms was het omgekeerde het geval, en gedurende korte perioden was de druk in beide ogen normaal. Hij gebruikte al geruime tijd miotica (pupilverstrakkende druppels), maar had daar geen baat bij gehad. Zijn leeftijd was achtenvijftig jaar, en hij droeg de volgende brillenglazen: voor veraf, beide ogen, convex +2.75 dpt (dioptrie sferisch); voor het lezen, beide ogen, convex +5.00 dpt. De verbetering in zijn gezichtsveld sinds hij onder behandeling is, is zeer opmerkelijk, aangezien van de algemeen geaccepteerde behandelmethoden – zelfs wanneer de resultaten uiterst gunstig zijn – niet wordt verwacht dat ze het gezichtsveld vergroten, of zelfs maar verder verlies voorkomen.
In de zomer van 1917 had ik mijn eerste symptomen van glaucoom in de vorm van een aanval van ‘regenboogzien’ (gekleurde kringen rondom lichtbronnen). Ik wist niet wat deze symptomen betekenden en was niet gealarmeerd; maar ik ging naar een opticien en liet mijn glazen aanpassen, denkende dat het probleem het gevolg was van oogspanning (eyestrain). De symptomen hielden echter aan en ik ging naar een andere opticien om de glazen opnieuw te laten vervangen. Nog steeds werd het niet beter.
Daarna bezocht ik een opeenvolging van oogartsen, een stuk of zes of zeven, die allemaal zeer prominent waren binnen hun vakgebied. De eerste twee deden druppels in mijn ogen en onderzochten mijn gezichtsveld, maar vertelden me niet dat ik glaucoom had. Pas van de derde arts, ongeveer anderhalf jaar na het verschijnen van de eerste symptomen, hoorde ik wat er met mij aan de hand was. De laatste arts begon over opereren te praten, maar ik liet hem maar praten.
Ik denk dat ik van mezelf mag zeggen dat ik behoorlijk flink ben als het op operaties aankomt. Toen de artsen me destijds vertelden dat ze mijn maag eruit wilden halen en weer terug wilden plaatsen, zei ik: “Ga je gang.” Als ze me hadden verteld dat ze mijn been wilden amputeren, had ik waarschijnlijk hetzelfde gezegd. Maar toen het erom ging dat iemand in mijn oog zou gaan snijden, was dat een heel andere zaak. Rond de eerste juli van vorig jaar vertelde de oogarts onder wiens hoede ik toen stond, dat mijn gezichtsveld kleiner werd. Hij vroeg me om in oktober terug te komen en zei dat als het gezichtsveld bleef krimpen, hij opnieuw over een operatie zou praten.
Enige tijd hiervoor had een kennis, die zei dat Dr. Bates hem van glaucoom had genezen, mij een exemplaar van het tijdschrift Better Eyesight gegeven. Ik was er destijds niet serieus in geïnteresseerd, maar later vroeg ik de man om details. Hij vertelde me iets over de methoden van Dr. Bates en zei dat hij niet alleen veel vertrouwen had in Dr. Bates, maar dat hij de enige oogspecialist was in wie hij überhaupt enig vertrouwen had.
Het begin van de behandeling
Uiteindelijk ging ik op 11 september van dit jaar naar Dr. Bates. Hij vertelde me dat ik moest stoppen met de oogdruppels en mijn bril moest afzetten, wat ik deed. Omdat ik die laatste vijfentwintig jaar had gedragen, had ik er in het begin aanzienlijke moeite mee om zonder rond te komen; maar na drie of vier dagen begon het beter te gaan, en voor het einde van de maand las ik het adres op het kaartje van de dokter zonder kunstmatige hulpmiddelen. Ik had dit niet gekund toen ik mijn bril afzette, al had er honderd miljoen dollar op het spel gestaan.
Nu, zes weken na het begin van de behandeling, kan ik gewone letters lezen op een afstand van twaalf inch (ongeveer dertig centimeter), en onder gunstige omstandigheden kan ik diamond type (zeer kleine letters van ca. 4,5 punt) lezen op zes inch (vijftien centimeter) of minder. Er is ook een aanzienlijke verbetering opgetreden in mijn gezichtsveld.
Mijn vooruitgang is langzaam, maar hij is zeker, en ik zie geen reden waarom dit niet zou doorzetten totdat ik een volledige genezing bereik.
De mentale controle over de oogdruk
Ik heb vele uren per dag besteed aan palmen, en wanneer dit succesvol is, verzacht het de oogbol en verbetert het het zicht aanzienlijk. Ik ben inmiddels ook in staat om de oogbol te verzachten door puur een gedachte – dat wil zeggen, door de herinnering aan een object of gebeurtenis. Een witte wolk, de blauwe lucht, een voorval uit mijn jeugd of uit een recentere periode — alles, zolang het maar perfect herinnerd wordt, heeft dit buitengewone effect.
Vaak zijn mijn oogbollen hard als ik ‘s ochtends wakker word, maar met behulp van mijn geheugen (memory) ben ik altijd in staat om ze zacht te maken. Op een ochtend werd ik om twee uur wakker en ging naar de badkamer. Daar waste ik, volgens een vaste gewoonte van mij, mijn gezicht met koud water. Toen ik mijn oogbollen aanraakte, schrok ik ervan hoe hard ze waren. Ze waren als twee rotsen.
Meteen bracht ik in gedachten een bezoek aan het Van Cortlandt Park en begon de bomen te bestuderen; ik nam de textuur van de schors waar, de hars die eruit sijpelde, de contouren van de bladeren, enzovoort. En nog voordat ik de tweede boom had bereikt, waren de oogbollen zacht. Sindsdien heb ik vaak mijn toevlucht genomen tot dezelfde methode, en altijd met hetzelfde resultaat. Gelukkig ken ik de verschillende boomsoorten heel goed, en mijn bezoeken aan het park zijn even interessant als heilzaam.
Op straat en elders probeer ik me in te bielen dat alles in beweging is (shiften/swingen), en zolang ik dat kan volhouden, blijven de oogbollen zacht. Sinds ik onder behandeling ben, probeer ik ook te leren om op mijn rug te slapen, omdat de dokter zegt dat het lichaam altijd onder spanning staat tenzij de ruggengraat recht is. Wanneer het me lukt om zo te slapen, word ik wakker zonder pijn of hardheid in de oogbollen.
Onlangs heb ik een van de artikelen van Dr. Bates opgestuurd naar de specialist die mij wilde opereren, en hij liet weten zeer geïnteresseerd te zijn.